Ik kijk omhoog naar de Adiyogi, het 112 voet hoge beeld van de eerste man die ooit tot verlichting kwam en daarna zijn technieken doorgaf aan zes dienaren, die het op hun beurt weer doorgaven en doorgaven en doorgaven, tot Sadghuru ze, 15.000 jaar later, voor de hele wereld toegankelijk maakte met digitale toegang tot online programma’s en apps.
Op zijn ashram is niks digitaal. Alles is tastbaar en echt. Ik wil het je laten zien. Ik wil je spammen met alle mooi plekken en ervaringen die ik heb, maar het beeld van de Adiyogi is het enige dat gefotografeerd mag worden. Ik doe mijn best om een zo mooi mogelijk plaatje te schieten, maar het voelt onpersoonlijk, grotesk, welke hoek ik ook kies. Alle rust en intimiteit van het tempelcomplex lijkt hier in het niets te verdwijnen.
Ik loop hier nu vijf dagen rond en heb nog geen zin uitgesproken. Alles gebeurt met handgebaren en het minst mogelijke aantal woorden. Meer dan ‘Akka (zuster), no shoes!’, als ik weer eens vergeten ben mijn slippers bij de ingang achter te laten, hoor ik niet. Alles is gericht op ervaring. Op het voelen en doorvoelen van. En ook al voel ik voortdurend de drang je te vertellen wat ik zie, ik weet dat een foto de ervaring niet vatten kan.
En toch wil ik je laten zien hoe ik elke dag vanuit mijn kamer de twee kilometer naar de Teerthakund loop om tussen de andere tempelgangers mijn oefeningen te doen. De yoga, de kriya’s en de meditaties, anderhalf uur lang, net als thuis, maar nu tussen allemaal mensen die net zo gek zijn als ik en soms zulke harde geluiden maken dat ik ervan schrik.
Ik wil je laten zien hoe koud het water is waar de yogi’s zich in dompelen voordat ze naar de tempel gaan. Hoe ongemakkelijk het is om een kletsnatte donkerrode katoenen jurk aan te trekken die ons vrouwen afschermt van elkaars lichamen maar onder water toch alle vrijheid geeft om te kunnen bewegen. Ik wil je de waterval laten zien die alle overbodige energie van je lichaam lostrekt en mee de diepte inneemt. Hoe je dan zonder je af te drogen weer je eigen kleding aantrekt, want water maakt je receptiever voor de energie, dus hoe natter hoe beter.
Ik wil je mijn vochtige voetafdrukken laten zien als ik langs de zorgvuldig uitgebeitelde taferelen op de muren richting de ingang van de Dhyanalinga tempel loop. De absolute stilte die daar over je heen valt alsof de wereld opeens al haar klanken verliest. Ik wil je de miljoenen bakstenen laten zien waarmee de koepel van de tempel gebouwd is en de waterdruppels die vanaf de gouden top naar beneden vallen.
Ik wil je de zwaarte laten voelen die over mijn lichaam valt zodra ik op de stenen vloer van de tempel ga zitten en mijn ogen sluit. Hoe de deeltjes waaruit mijn lichaam bestaat dichter naar de kern lijken te willen bewegen en alles in me compacter en duidelijker voelt.
Het allerliefste wil ik je meenemen naar de tempel van Devi Bhairavi, de zwarte vrouwelijke godheid die in haar grottempel met woeste kracht uit de rotswand lijkt te komen. Ik wil je de manlijke tempeldienaren aanwijzen die gehuld in rode omslagdoeken elke paar minuten met luid kabaal een kokosnoot opensplijten, de kokos aan hun vrouwelijke evenknie geven, die er vervolgens de fik in zet en de godin een vuurbad geeft.
Ik wil laten zien hoe je daar kunt zitten tussen al de andere mensen en toch het gevoel kunt hebben dat Devi Bhairavi alleen jou ziet.
Dat ze met je praat als je haar horen wilt.
Dat je haar kunt vertellen waar je mee zit.
Dat ze je dwingt steeds helderder te formuleren.
Tot wat je denkt en eigenlijk wilt, opeens zo helder is als glas.
Ik wil alles voor je vastleggen en overal bij vertellen, maar ik weet ook dat de foto’s die ik voor je wil maken nooit omsluiten wat ik heb gevoeld. Dus dan toch maar een foto met dit onhebbelijk grote Adiyogi beeld. Gewoon omdat dit het enige is wat kan.
En de belofte dat ik het je ooit zal laten zien

Discussion
Leave a reply